Oncomfortabel

Hij zette zich neer en ging even af het zitvlak om de stoel dichterbij de tafel te schuiven. Hij probeerde zich comfortabel te zetten, maar faalde. Een andere keer had de designerstoel misschien wel comfortabel gezeten, maar niet vandaag. Vandaag voelt niets comfortabel. In zijn handen nam hij de papieren aan die hem werden toegereikt. Er volgde een pen. De oudere vrouw wees naar de rechterhoek onderaan het bovenste blad en knikte geduldig. Had zij ook maar geduldig geweest. Had hij ook maar geduldig geweest. Hij plaatste zijn handtekening en zette daarmee een oncomfortabele finale streep onder zijn huwelijk.

Lichtsnelheid

Na het verlaten van de planeet Lomotog vliegt een groep overijverige Critters richting een vaag glimmend punt in de verte. Naarmate ze dichterbij komen, verandert het punt in een kleine bruine komeet met daarop duidelijk de contouren van Bento’s schip. Na een succesvolle landing zet het hoopje gespuis voet op de komeet. Ze volgen een vaag spoor en stappen een donkere grot binnen. ‘Ver kan hij niet zijn!’ In de verte horen ze het starten van motoren. Ze rennen buiten en zien nog net de laatste lichtflits uit de motor komen van hun schip dat de lichtsnelheid overtreft. ‘Bentoooooo!’

In mijn armen

Het monotone geluid doet m’n zware oogleden neervallen. Ik vecht lustig, maar verlies mezelf in dromenland. Plots hoor ik een harde metalen klap en vlieg tegen het dashboard. De gordel snijdt in mijn hals. Verward kijk ik naar haar. We worden weer aangereden. Mijn hart breekt wanneer ik haar onwillig tegen het stuur zie vliegen. Ik probeer haar in mijn armen te sluiten, haar te redden. Mijn hart schreeuwt het uit van ontreddering. Ik schiet wakker in een poel van zweet en voel haar warmte in de handpalmen van mijn uitgestrekte armen. Ik hoor haar zachtjes ademen en bedaar.

De Camaro

Ik trek het zeil van de Camaro, licht weerkaatst op de motorkap. Ik zie mijn grootvader mij ophalen in de Camaro om nooit nog weer te keren. Mijn vader was weggegaan. Mijn moeder was kapot gegaan van verdriet. Opa had me sindsdien onder z’n hoede genomen. Over mijn vader praten was taboe, nooit hebben we over hem gepraat. Ik leg opa’s doodsprentje op het dashboard en open het dashboardkastje. Iets dwarrelt op de automat. Ik raap het op. Een oude foto van m’n vader en opa. Met de Camaro op de achtergrond. “Hier zijn we dan, opa. Alledrie. Verenigd.”

Verdoemenis

Zijn spieren verkrampen elk mooi om de beurt. Het is een kramporkest dat door heel zijn lijf en leden trekt. Bloed druipt uit z’n neus en elke zenuw veroorzaakt heftige pijnscheuten. “Het is begonnen”, denkt hij bij zichzelf. Hij kan geen kant meer op. Deze verdoemenis vreet al jaren aan hem. Zestig jaar geleden was alles begonnen. De documenten die bij zijn geboorteakte zaten, hadden er nooit doekjes omgewonden. Lang had hij gezocht naar een uitweg, maar hij zat vast in een mysterieus labyrint. Voor de zoveelste keer kijkt hij naar zijn voetzool met daarop de woorden “Vervaldatum: 31/05/2016.”